Biobrandstoffen zijn een instrument om de uitstoot van CO2 door het verkeer terug te brengen. Bij omgewijzigd beleid zal het verkeer rond 2010 verantwoordelijk zijn voor bijna 20% van de uitstoot aan CO2 in Nederland. Dit percentage zal naar verwachting nog verder stijgen, doordat de mobiliteit toeneemt en de uitstoot in veel andere sectoren juist zal dalen. De huidige generatie biobrandstoffen realiseren een reductie in CO2-emissie van maximaal 50%. Verwacht wordt dat met de ontwikkeling van de zogeheten tweede generatie biobrandstoffen die reductie kan toenemen tot mogelijk 90%. Het streven van de Nederlandse overheid is dan ook om zo snel mogelijk de tweede generatie biobrandstoffen op de markt te krijgen en te voorkomen dat te lang wordt doorgegaan met oude biobrandstoffen. Naast de reductie van CO2-emissies zijn ook energievoorzieningszekerheid en steun voor de landbouw belangrijke overwegingen.
Bron:agriholland.nl
Het onderscheid tussen eerste en tweede generatie biobrandstoffen heeft vooral te maken met het CO2 reductiepotentieel. Waar de eerste generatie biobrandstoffen niet verder komen dan een reductie met 50% beloof de tweede generatie biobrandstoffen een CO2-reductie tot 90% op te leveren. Daarnaast is de tweede generatie veel kosteneffectiever: de productie per hectare ligt veel hoger. Reden voor veel overheden om voor de versnelde ontwikkelling van tweede generatie biobrandstoffen te kiezen. Raditionele biobrandstoffen - zoals biodiesel uit koolzaadolie of zonnebloemolie en alcohol uit suikerbieten of maïs - worden tot de eerste generatie biobrandstoffen gerekend. De energie-efficientie is echter laag doordat er relatief veel energie nodig is voor teelt, transport en fabricage. Daarnaast is het CO2-reductiepotentieel beperkt